OVER MY (DEAD) BODY

Over my (dead) body plaatst drie vrouwelijke kunstenaars met elkaar in dialoog. Allen werken ze rond de thematiek van het vrouwelijk lichaam. De onderlinge cohesie tussen hun oeuvres wordt daarbij versterkt door een gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke materialen: bloed op albast (Muller), melk op hout (Ev) eigeel of tempera en goud op hout (Shachko).

De titel van de expo refereert naar een werk van Mona Hatoum, genaamd Over my dead body (1988-2005), een fotoprint waarop we het gelaat van de Palestijns-Britse kunstenares in profiel zien met een speelgoedsoldaatje dat ten strijde trekt op haar neus. Het gezicht vertoont een grimas alsof er een vervelende vlieg opzit. Hatoum verenigt in dit beeld de symbolisch zwaar geladen spreuk via de tussenschakeling van haar eigen lichaam met een cynisch gevoel voor humor. Haar lichaam wordt als het ware een metafoor voor al diegenen die lijden onder een oorlog of onder geweld in het algemeen.

De tentoonstelling is opgebouwd rond de centrale figuur van Oxana Shachko, waarvan een unieke selectie feministische iconen wordt getoond. In deze iconen wordt het vrouwenlichaam op radicale wijze tentoon gesteld in confrontatie met streng orthodoxe religieuze dogma’s.
De iconen van deze kunstenares, die in de zomer van 2018 op jonge leeftijd een einde maakte aan haar leven, zijn tevens getuigenissen van haar eigen fysisch en psychisch lijden, dit zowel als kunstenares als als activiste.

Shachko put esthetische inspiratie uit de kunstgeschiedenis en gaat een scherpe dialoog aan met de hedendaagse visuele cultuur. De tweedimensionale personages die haar iconen bevolken doen bijna denken aan figuren uit een stripverhaal, een medium dat net zoals de iconen het kleine formaat hanteert. Net als in de religieuze kunst, geeft Shachko de personages bepaalde attributen mee. Deze maken het voor de toeschouwer mogelijk om de betekenis van de verdorvenheid die aangeklaagd wordt, te begrijpen.

 

De antropomorfe bloed-tekeningen op albast van Sofie Muller tonen het menselijk lichaam in zijn volledige hoedanigheid: als lichamen naast elkaar geplaatst, als levensloze stukken lichaam, als droomlandschappen of studies.

Muller beschildert de albasten drager letterlijk met haar eigen bloed, een handeling die doet denken aan heidense offer tradities (steen beschilderen met bloed). In deze reeks tekeningen toont Muller ons de fragiele kwetsbaarheid van het menselijk lichaam.

Untitled (le silence du dôme) van de Frans-Russische kunstenares Katya Ev toont een geraamte van een houten bed gevuld met melk. Het melkoppervlak zit als het ware gevat in het keurslijf van het bed en reflecteert als spiegel voor de toeschouwer; een zeer directe confrontatie met symbolische connotaties: het bed als plaats van intimiteit, als plaats van kwetsbaarheid, als plaats van ziekte en dood en ten slotte, melk als eerste vorm van voedig via de moeder. In deze context vertaalt het bed zich zowel als begin en als einde.

(Originele tekst van Azad Asifovich vertaald en aangepast door Geukens & De Vil)

 

OVER MY (DEAD) BODY

Over my (dead) body creates a dialogue between the works of three female artists, all focusing on the subject of the female body. A common use of natural materials – blood on alabaster (Muller), milk on wood (Ev) and egg yolk, tempera and gold on wood (Shachko), deepens the coherence between their oeuvres. 

 

The title of the exhibition refers to a work by British-Palestinian artist Mona Hatoum, titled Over my dead body (1988 – 2005). A photo print shows Hatoum’s face in profile, as she stares down to a toy soldier perched on her nose. She stares at the soldier as one looks at an annoying fly. In this image, Hatoum unites – via the interposition of her own body – the symbolically charged title with a cynical sense of humor. Her body becomes a metaphor for all of those who suffer because of war or violence in general.

 

The exhibition presents a unique selection of feminist icons of Oxana Shachko, in which she confronts the female body in a radical manner in opposition to strict religious dogmas. The icons of this young artist, who has, are at the same time testimonies of her own physical and psychological suffering, both as an artists and an activist. 

 

Shachko finds aesthetical inspiration in art history while at the same time starting a dialogue with contemporary visual culture. The individuals populating her work almost remind of cartoon characters, as they are painted in a two-dimensional manner on small format. As is custom in traditional religious painting, the individuals are accompanied with metaphorical attributes that help the viewer to immediately comprehend the denounced depravations hidden in each work. 

 

A series of anthropomorphic drawings by Sofie Muller represents different aspects of to the human body.  Juxtaposed bodies or limps in a vivid blood red are drawn as dreamy almost lifeless entities while containing a strong vitality at the same time, almost as the famous sketches of Leonardo Da Vinci.  Muller paints on alabaster with her own blood, an action (painting on stone with blood) that reminds of pagan offering traditions.  The fragile vital body transposed on alabaster by the use of carnal colors finds an echo in the icons of Skachko. 

 

Untitled (le silence du dôme) of the French-Russian artist Katya Ev, shows a wooden bedframe filled with milk. The smooth surface of milk, locked in the wooden frame, functions as a mirror to the viewer. This direct confrontation contains several symbolic connotations: the bed as place of intimacy, vulnerability, sickness and death opposed to milk as a reference to mother’s milk, the very first nutrition of all human life. In this context the bed functions as a metaphor for the beginning as well as the end. 

 

(Translated and adapted by Geukens & De Vil from original french text of Azad Asifovich )