geukens & de vil contemporary art gallery antwerp knokke special events: UN-SCR-1325 power of drawing artists of the gallery:sophie kuijken ruben bellinkx bert de beul peter de meyer masashi echigo herbert hamak gideon kiefer peter lindbergh sofie muller jaromir novotny daniel pitin
10 May - 09 June 2012
Door André Gordts
“Niets houdt zijn eigen aanschijn. De vernieuwster aller dingen, Moeder Natuur, laat elke vorm ontstaan uit andere vormen. Geen enkel ding in dit heelal, geloof me, gaat teloor, maar alles wisselt en vernieuwt. Men spreekt van een geboorte als er iets anders aanvangt dan er was, en sterven is ophouden met hetzelfde-zijn. En toch, het groot geheel blijft wel bestaan, al schuift er nog zoveel van hier naar daar.” Ovidius, Metamorphosen. Boek XV, verzen 251-258. 1 n.C.
De oplettende kijker zal (terecht?) opmerken dat Sophie Kuijken portretten maakt. Een (schilderkunstig) portret is een tweedimensionale gelijkende afbeelding van een levend of overleden driedimensionaal wezen, althans volgens het woordenboek. Portretten worden in ongeveer alle kunstvormen gemaakt, van de muzikale Tombeau tot de literaire portretten van Gregor Samsa, Dorian Gray en Dr. Jekyll and Mr Hyde. Door de eeuwen heen heeft het portret - als academisch canon – eeuwigheidswaarde gekregen. Het Portret van Karel V door Tiziano wordt geacht de doorluchtige hoogheid voor te stellen zoals hij was en steeds zal zijn op de dag van de afwerking van het werk. Een momentopname. De tijd erna bestaat niet. De tijd ervoor is voorbij. Karel V verandert niet meer.
Men zou kunnen vermoeden dat de huidige wereld niet meer dezelfde is als deze ten tijde van Karel V. Het volstaat een politieke kaart te bekijken om tot dit inzicht te komen. In het licht van de laatste evoluties kunnen we ook begrijpen dat communicatiesnelheid de motor van die evolutie is geworden en beheersing van communicatie dé machtssleutel bij uitstek. Visuele gewaarwordingen en het transport van beelden werden dermate versneld tijdens de vorige eeuw dat de gewone sterveling soms niet meer ziet wat hij of zij meent te zien. Foto’s worden gemanipuleerd: personen verdwijnen of worden toegevoegd, houdingen veranderd, contexten gewijzigd. Een techniek die doet denken aan de belangrijkste visuele uitvinding van de 20ste eeuw: de collage. Collage maakt gebruik van uitgeknipte stukken papier, geplakt op steviger papier of op schildersdoek. De gebruikte materialen kunnen knipsels zijn uit kranten (tekst, foto's, advertenties), of foto's, tekeningen, gescheurde stukjes van een mislukte aquarel… De bedoeling is uit diverse beelden een nieuw functionerend beeld te maken. Het versnelt eigenlijk de beeldvorming en introduceert elementen uit de “realiteit” in de eigen wereld van de kunstenaar. De collage moet het hebben van nevenschikking van disparate elementen om hierdoor een overtuigend beeld te maken.
De schilderkunst en zeker de figuratieve schilderkunst is al verschillende malen voor dood achtergelaten in de arena van de rivaliserende kunstvormen. Het zwarte schaap van de nieuwe academie, de stille butler van de Installatiekunst en de pompbediende van de Videolimousine. Toen de nood het hoogst was kwam er telkens een deus ex machina met een uitvinding die de rochelende ontslaper nieuw leven inblies. Denken we maar aan een Robert Ryman met zijn bevraging van de schilderbasics, of een Gerhard Richter met zijn queeste naar de bron van de toendertijd nieuwe beeldleverancier: de krantenfoto, gevolgd door het medium televisie. Nu dus reeds allemaal voorbijgestreefde informatiemedia. Het beeld dat blijft hangen op uw netvlies komt niet meer uit uw krant (kapitalitisch realisme) of van de film (pop art) of zelfs niet meer van de televisie. Het beklijvend beeld komt uit de pixelkeuken van Photoshop en het beeld zélf wordt van het internet geplukt.
De beelden van Sophie Kuijken worden van dat internet gehaald en opgeslagen in een databank. Gezichten worden bekeken, ogen worden onderzocht, wenkbrauwen veranderd, kleuren bijgesteld. Tientallen gezichten over elkaar heen gelegd en door transparante lagen met elkaar verbonden. Linkerogen worden gehecht aan neuzen, neuzen aan rechterogen. Midden de elliptische contour ontstaan kerngezichten, landschappen met toppen en dalen. Mannenogen in vrouwengezichten en omgekeerd. De horizontale collage behoort tot het verleden; we staan voor een vertikale beeldvorming opgebouwd uit veel gezichten. Dieptelagen van ogen, neuzen, wenkbrauwen, oren, lippen, kinnen, haarpartijen, voorhoofden. Onderliggende schemata van meetkundige figuren die de onderdelen met elkaar moeten verbinden zoals een robotfoto, maar dan een foto van een niet-bestaand figuur, samengesteld uit elementen van tientallen bestaande gezichten. Natuurlijk heeft het niets te maken met de robotfoto ontstaan uit verbale commucatie, en ook heeft het niets te maken met het portret van Dorian Gray dat uiteindelijk steeds gelijk blijft aan zichzelf, en ook Dr Jekyll and Mr Hyde met hun ietwat gratuite verbinding tussen fysieke kenmerken en psychologische gemoedstoestanden hebben niets te maken met deze portretten.
Sophie Kuijken wil portretten maken. Van mensen. Dat hebben ze ook al in de Ptolemaïsche Tijd in Egypte gedaan: portretten van de mummie toen die nog in leven was en tegelijkertijd de dode mummie ogen verschaffen zodat hij of zij naar buiten kon kijken. Dat zijn geen geposeerde portretten maar herinneringen aan levende mensen. De kunstenares echter beeldt geen levende personen uit noch personen die geleefd hebben, maar gebruikt gevonden internetfoto’s om een nooit gebeurd verleden te construeren. Poseren is dan ook compleet uit den boze; levensverhaal of andere contexten worden geweerd. Zo komen beelden van “gerecycleerde mensen” tevoorschijn, waarbij geslacht noch leeftijd een rol spelen en zowel vrolijke als sombere uitdrukkingen samen in hetzelfde gezicht kunnen voorkomen. Soms klopt een dergelijk “portret” niet helemaal; het komt “unheimlich” over, onwennig. Er heerst stilte en zelfs stilstand in een portret dat op een dergelijke manier ontwikkeld werd. Nieuwsgierigheid ligt aan de basis van dit soort schilderijen: nieuwsgierigheid naar de mogelijkheden van een gelaat door combinatie van disparate elementen en bewerking van bepaalde onderdelen, net alsof een maker op een levend gezicht zou experimenteren en kiezen uit diverse mogelijkheden. Manipuleren is leuk, vooral als het gaat over de combinatie van intrigerende en afstotende elementen en de argeloze kijker plots ontdekt dat een vriendelijk gezicht verandert in een dreigende tronie of een harde blik getemperd wordt door een zachte mondhoek. De kunstenares sluit niets uit in een gezicht, net zoals het leven als uiting van de natuur moreel neutraal is en niets met moraliteit te maken heeft. Tegengestelde expressies van aantrekking en afstoting zetten een denkproces in werking bij de kijker zodat deze de losgemaakte emoties kan onderzoeken en toetsen aan het beeld voor hem of haar. Uiteindelijk is een “portret” van Kuijken een landschap met venstertjes die bepaalde elementen op de voorgrond laten treden en andere uitsluiten of meer op de achtergrond laten versmelten met de totaalindruk.
De kunstenares bepaalt welke vensters zullen opengaan evenals de diepte en de manier waarop een dergelijk element in het geheel wordt geïntegreerd. Vervolgens bepaalt zij het licht dat over het hoofd valt en de algemene toon van het incarnaat van het desbetreffende personnage. Het wordt letterlijk en figuurlijk een “gelaagd” portret, enerzijds omdat elk detail uit de ene of andere sub-laag komt en anderzijds de opbouw van het vleeskleurige incarnaat ook uit verschillende kleurlagen is opgebouwd, zodat een werkbaar portret ontstaat waarin alle tegenstellingen en gelaagdheden van het leven opgeslagen zitten: duistere transparantie die de kijker uitnodigt tot intens kijken.
André Gordts