geukens & de vil contemporary art gallery antwerp knokke special events: UN-SCR-1325 power of drawing artists of the gallery:sophie kuijken carl andre ruben bellinkx stijn cole bert de beul michaël de kok peter de meyer toirac vintage-design masashi echigo herbert hamak gideon kiefer peter lindbergh sofie muller jaromir novotny daniel pitin
Het uitgangspunt voor deze expositie van Sofie Muller actualiseert twee trajecten uit het verleden. De persoonlijke confrontatie van de kunstenares met het fenomeen van black-outs en Ray Bradbury's roman Fahrenheit 451, waarin hij een dystopische wereld schetst die elke kritische gedachte onderdrukt.
Naast de gepatineerde bronzen sculpturen (soms in combinatie met verbrand hout), toont Sofie Muller in de zwarte ruimte van de galerie smoke-drawings. De genese van de tekeningen kwam exclusief tot stand via rookvorming of fumage en staan in directe relatie met de sculpturen.
In de witte ruimte wordt de toeschouwer geconfronteerd met vier fysiek en mentaal geïsoleerde kinderfiguren, ruimtelijk verbonden door de suggestie van een geabstraheerd klaslokaal. De nagelaten sporen van verwoesting door een vuurhaard roepen een punitieve ruimte op.
Clarysse, zit op een verbrande lessenaar. Haar lichaam is gefragmenteerd en uit de gesticulatie van haar handen met de leegte spreekt onmacht en verzet. Op het vlak van mentale processen verwijst een "black-out" naar de tijdelijke stoornis in de hersenen, wat in algemene zin omschreven wordt als een gat in het bewustzijn of het geheugen. Met name pubers, wanneer ze lijden aan faalangst, zijn hier regelmatig het slachtoffer van.
Hoog aan een muurvlak hangt Jonas (met de bijbelse referentie verwijzend naar ongehoorzaamheid) met zijn jas aan een haak, zodat hij beroofd is van elke bewegingsvrijheid.
Brandt, de derde protagonist, schuurt met zijn hoofd tegen de muur en laat een spoor na van houtskool. Brandts hoofd wordt langzaam één met de muur. In zijn paradoxale handeling probeert hij het verleden uit te wissen, maar laat tegelijk een duidelijk spoor na. Door de zelfdestructieve rebellie wordt Brandt het alter ego van Bradbury’s opstandeling Montag, wat in de roman hallucinante gevolgen heeft.
Als prefiguratie van deze nieuwe creaties, maakt de sculptuur Oscar (2010) eveneens deel uit van de huidige tentoonstelling. Het gepatineerde bronzen onderlichaam gaat over in een romp bestaand uit gebrand hout. Oscar representeert het traumatische van de existentie als slachtoffer van machtsmisbruik en repressie. De vier tentoongestelde figuren belichamen de fragiele positie in de clash tussen de heersende norm en de wens tot individuele vrijheid, een terugkerend gegeven in het oeuvre van Muller.
De titel van de tentoonstelling "…the rest is silence", zijn de laatste woorden van Shakespeare’s Hamlet, bij uitstek de verpersoonlijking van de innerlijke vertwijfeling, rebellie en waanzin.
Sofie Muller ~ 1974 leeft en werkt te Gent
UPCOMING PROJECTS SOFIE MULLER
Solopresentaties Sofie Muller
Solopresentatie – Geukens & De Vil, Antwerpen, jan-ma 2012 Kunstintegratie – Sint-Niklaas, eind april 2012 Kunstintegratie – Genk - zomer 2012
Groepspresentaties Sofie Muller
Kunstpodium T , leerling meester project – Tilburg - april 2011
PAST PROJECTS SOFIE MULLER
Solopresentatie Sofie Muller
2010 Solopresentatie ~ Foudation Francès – Senlis, 15 okt.2010 Inhuldiging ‘Leap of Faith’~Thuis voor een beeld – Oost-Vlaanderen - okt 2010 Leap of Faith ~ Caermersklooster – Gent – 5 feb. – 28 ma.
2009 Memento ~ Park Ter Beuken – Lokeren
2008 Über Menschen ~ Geukens & De Vil - Antwerpen
2007 beDivided ~ Art Brussels 2007 - Geukens & De Vil beDivided ~ Geukens & De Vil - Antwerpen
2006 Morphs ~ Galerie S. & H. De Buck – Gent seXes ~ Geukens & De Vil - Knokke seXes ~ Mercator Galerie – Antwerpen
2004 seXes ~ Galerie S. & H. De Buck – Gent
2011 Salon 9 –curator Christa Vyvey – Ruiselede The power of drawing - Gallery Geukens&DeVil – Antwerpen
2010 The power of drawing - Gallery Geukens&DeVil – Antwerpen 'Mooi' - vzw Raza - 2010-2012 Lucht is tastbaarder dan mijn gedachten – Kasteel Oud-Rekem – 18 juli-26 sept Beeldenroute Lo-Reninge – West-Vlaanderen – 10 juli- eind september BAT 10 Beeldenroute Anti-Tankgracht ~ curator Flor Bex - Schilde -7mei – 19 sept. Preview Berlin – Galerie Geukens & De Vil – 8okt – 10 okt Walking te Line II - Galerie Kudlek Von Grinten , Keulen - juni Artists: Lucie Beppler, Marcel van Eeden, Alexander Gorilizki, Nico Heiman, Ellen Keusen, R.Pettibond, Art Amsterdam Geukens&De Vil - mei Collages@Romantiek - Verbeke Foudation, cultuurraad Roeselare - Roeselare Mort ou vif ~ Fondation Frandès – Senlis– april Uit het Geheugen ~ Katho-IPSOC en Museum Dr. Guislain –Kortrijk – 23 jan. 2010 Art Amsterdam Geukens&De Vil - Nederland 26 – 30 mei Art Brussel ~ Geukens&De Vil - 23 – 26 maart
2009 De Oversteek ~curated by Bonnefantenmuseum & A.M. Van Laethem – Rekem, Limburg De Collectie ~ curated by Philippe Van Cauteren & Sjoerd Paridaen - Espace Ladda– Gent Uit het Geheugen ~ Museum Dr. Guislain –Gent – Ademloos ~–benefietveiling + expo Bernearts – Antwerpen Hot Art Basel ~ Geukens & De Vil –Basel Art Brussel ~ Geukens & De Vil – Brussel A flowery band to bind us to the earth ~ Galerie S.&H. De Buck – Gent UN-SCR-1325 - 8 Belgian female artists(Berlinde De Bruyckere, Ann Veronica Janssens, Karin Hanssen, Kati Heck, Marie-Jo Lafontaine, Sofie Muller, Joëlle Tuerlinckx,Cindy Wright) ~ Chelsea Museum – Curator Jan Van Woensel– Geukens & De Vil - New York Miniaturen ~ Cultureel Centrum Hasselt – Hasselt – Josef Deleu – S.&H. De Buck
2008 A flowery band to bind us to the earth ~ Galerie S.&H. De Buck – Gent Antwerp Sculpture Show ~ curatoren Bart De Baere & Menno Meeuwis - Zuiderdokken – Antwerpen Corpus Delicti ~ Flor Bex – Justitiepaleis – Brussel Markiezin Zoekt Kunst ~ Kasteel van Gaasbeek – Gynaika Over The Hedge ~ 100 Belgische en 100 Chinese kunstenaars - Kemzeke – Verbeke Foundation Art Garden Party. Veiling door Christie’s 20 tekeningen ~ MDD - St. Martens-Latem Art Brussel ~ Geukens & De Vil – Brussel Found/Gevonden/Trouvé ~ Voorkamer - Lier UN-SCR-1325, 8 Belgian female artists (Berlinde De Bruyckere, Ann Veronica Janssens, Karin Hanssen, Kati Heck, Sofie Muller,Marie-Jo Lafontaine, Joëlle Tuerlinckx,Cindy Wright) ~ Geukens & De Vil - Antwerpen Rewind ~ curator Filip Van De Velde – St-Niklaas Die Hände Der Kunst ~ Ronny Van De Velde - Herford Duitsland Trends 2008 ~ Sint-Barbaracollege – Gent Artist’s Hands ~ Ronny Van De Velde - S.M.A.K - Gent Feminiene ~ curator Willem Ellias - VUB – Brussel Tussen Lichaam en Geest ~ Dr. Guislain museum – Gent Wandering ~ Galerie S. & H. De Buck – duo expo Sofie Muller & Piet Pollet - Gent Noman’s Land ~ Verbeke Foundation - Kemzeke
2007 Over The Hedge ~ 100 Belgische kunstenaars – Tianjin China Underground ~ curator Stef Van Bellingen - Warp – Sint-Niklaas Alles Beweegt vervlochten generaties ~ Dienstencentrum “Ter Deeve” – Meulebeke Miniaturen ~ Boekentoren – Gent – Josef Deleu, S.&H. De Buck 2006 Making Sense In The City ~ Aula – Gent Het (On)Volmaakte Lichaam - curator Tom Peeters - Monumental vzw – Bornem Nachten Van De Open Ateliers - vzw Nucleo - Gent Heilige Geest ~ Voorkamer - Lier
2005 Voorbij De Grens ~ De Markten – Brussel Short Circuit ~ curator Jan Van Woensel - Motive Gallery - Amsterdam Planet Gender ~ Galerie S. & H. De Buck - Het Achterhuis – Gent
2004 I’m Lovin ‘It ~ groepsexpositie – Gent Open Atelierdag 3 ~ vzw Nucleo - Gent
2000 eervolle vermelding ~ Kunstsalon van Gent St. Pietersabdij - Gent
1996 Klas 4A ~ Campo – Antwerpen Rotary Expo ~ Elizabethzaal - Antwerpen Winterplaats K.A.S.K.A. ~ selectie P. Roobjee & G. Bijl - Antwerpen
1995 Walking Museum – Antwerpen October Octopus Expo - Berchem
BIBLIOGRAFIE SOFIE MULLER
Catalogi Sofie Muller
Lucht is tastbaarder dan mijn gedachte - catalogus tentoonstelling – Kasteel Oud-Rekem – 2010 Lo10 – Beeld en poezië in Lo-Reninge – zomer 2010 BAT10 Beeldenroute Anti-gracht- catalogus tentoonstelling – curator Flor Bex – zomer 2010 From memory-- catalogus tentoonstelling – Museum Dr Guislain Gent – 2010 (coverbeeld = Alice) Collages@Romantiek - catalogus tentoonstelling – Verbeke Foundation/ Roeselare—2010 De Collectie - catalogus tentoonstelling –curator Filip Van Cauteren- Gent– 2009 De Oversteek – beelden in kasteel oud-Rekem – curator A. Van Laethem & Bonnefanten– zomer 2009 Markiezin zoekt kunst – Actuele kunst in het kasteel van Gaasbeek – sept 2008 Über Menschen - catalogus tentoonstelling – Geukens & De Vil, Antwerpen, 2008 UN-SCR-1325 - catalogus groepstentoonstelling, Geukens & De Vil - Antwerpen – 2008 Ziek. Tussen lichaam en geest - catalogus tentoonstelling – Museum Dr Guislain Gent – 2008 Artist’s Handbook - catalogus tentoonstelling ‘The Hands of Art” - S.M.A.K. – 2008 Miniaturen - Jozef Deleu 2007 La Sculpture en Belgique - overzichtswerk 2006 Morphes - catalogus Sofie Muller 2006 seXes - catalogus Sofie Muller 2004
Selectie uit Artikels Sofie Muller
Kan dat, leven van de kunst? – Feeling - Lore Callens – Februari 2011 De belgen in het buitenland –De Morgen - Eric Rinckhout- December 2010 Revival van de tekenkunst De Tijd - Bert Populier - December 2010 Het pure van papier en potlood – De Morgen – Sarah Theerlynck – December 2010 Revival van de tekenkunst - De Tijd - Bert Populier - December 2010 ‘Trauma’, - courier picard - Oktober 2010, Het boeiende werk van Sofie Muller, - Art’icle – nr. 24 2010 De Feminiene power in Sofie Mullers sculpturen—Attitude nr - Stef Van Bellingen, april 2010 Interview: Mijn beelden zijn esthetisch, maar met een pijlijk randje. - Isel – Ines Minten - maa-apri 2009 Monumentale sculptuur zoekt thuis - h’ART, Isabelle De Baets, maart 2010 Kunst in tijden van crisis - De Tijd – Thom Peeters - mei 2009 Recht naar de Condition humaine - de Huisarts – Christine Veugen - oktober 2009 Het Keerpunt, Sofie Muller - de Morgen – Tanja Dierickx – april 2009 Recht naar de Condition humaine - de Huisarts – Christine Veugen - oktober 2008 Recht naar de Condition humaine - Collect– Christine Veugen – september 2008 Sofie Muller. - <h>-ART - Marc Ruyters - Oktober 2008 Eve, Jesse, Alice. New works by Sofie Muller - Jan Van Woensel, juli 2008 Opgepast, schuivende bodems - Christine Vuegen, juli 2008 Über Menschen - Stef Van Bellingen - juli 2008 Acht kunstenaressen, acht visies - Edith Doove- maart 2008 Bevreemding & verwondering - Zone 09/expo - Hilde van Canneyt - April 2008 Sofie Muller - WARP-krant - Stef Van Bellingen – sept 2007 De wereld vervrouwelijkt - De Morgen - Eric Rinckhout – 4 april 2007 De degeneratie van het Y chromosoom - Gazet van Antwerpen - Pieter Geerts – 31 maart 2007 BeDivided - <h>-ART - Marc Ruyters - April 2007 BeDivided - Stef Van Bellingen – April 2007 Lichamelijke maakbaarheid- Morphs - Zone 09/expo - Hilde van Canneyt - April 2006 Over lichamelijke maakbaarheid in het werk van Sofie Muller - Isabelle De Baets - Augustus 2006 Over ‘distorted images’ & ‘schizofreniteit’ - Jan Van Woensel - Juli 2006 seXes - <h>-ART - April 2006 Is dat nu een man of een vrouw – Zone O2/expo – AMP – maart 2006 seXes - Stef Van Bellingen - Maart 2006
Het plastisch oeuvre van Sofie Muller ontwikkelt zich rond een complexe verhaallijn van lichamelijkheid, sekse, identiteit en transformatie. Verlangen of tekort, norm en uitsluiting vormen de tegengestelde en vaak terugkerende begrippenparen die de grenzen van haar personnages suggereren. Vele tekeningen en sculpturen verbeelden de wens anders en beter te zijn, of anders uitgedrukt: te zijn zoals ieder ander - gepaard aan de twijfelachtige belofte van aanvaarding. Ondanks de pijnlijke confrontatie met het menselijk mankement vormt dit besef van het tekort de motor voor de plastische creativiteit. De kunstenares gaat de uitdaging aan datgene vorm te geven waar we geen passende taal voor hebben. Taal betekent in deze situatie vorm. Haar métier en materiaalbeheersing leiden vaak tot een zuivere esthetiek die botst met de pijnlijke gedachte die tot uitdrukking wordt gebracht. Om die reden mag haar werk onplatonisch genoemd worden. Esthetiek en ethiek, schoonheid en waarheid vallen niet samen en precies dit gegeven maakt het oeuvre van Sofie Muller zo boeiend. Weinig kunstenaars durven het aan op dit snijvlak te balanceren.
Sofie Muller probeert oprecht gestalte te geven aan de cultuur van deze tijd. Wat identiteit betreft, veroorzaakt de dualiteit tussen lichaam en geest nog steeds een spanningsveld in het Westerse denken. Door de huidige mogelijkheden tot genetische transformatie zijn de gevolgen ervan op sekse en identiteit alleen complexer geworden. Ondanks haar fascinatie voor deze ontwikkelingen, drukt de kunstenares in essentie slechts de contradicties en verwarrende gevoelens uit die zich voordoen binnen één en dezelfde persoonlijkheid. Haar mensbeeld is dus niet éénduidig en komt overeen met de reële tegenstellingen die zich in mens en samenleving voordoen. De lectuur van haar kunst vraagt dan ook om een meerduidige lezing waarbij esthetiek en ethiek niet noodzakelijk in elkaars verlengde liggen.
Oude en gekende symbolen worden in de context van een veranderde wereld gebracht, waardoor de kunstenares een nieuwe iconografie genereert. De installatie 'The Closet' is een knooppunt van verschillende verhaallijnen en een vroeg sleutelwerk. Het synthetiseert vormen en gedachten uit voorgaande werken en opent tegelijk nieuwe perspectieven, tevens naar het nieuwe werk onder de noemer 'Über Menschen'. 'The Closet' is een intelligente pseudo-morfose van de levensfontein, een thematiek die reeds populariteit genoot in de middeleeuwse kunst. De idee van herbronning, eeuwige jeugd en perfectie zit er in vervat. Wanneer men de letters van het woord 'levensbron' devieert tot 'lebensborn' verliest de inhoud elke onschuld. Dit soort van 'collaps' is de kunstenares zeer genegen en nodigt ons uit tot een bewuste omgang met de werkelijkheid. 'Lebensborn' staat voor de nazistische experimenten tijdens het Derde Rijk met de bedoeling een superieur arisch ras te kweken. Uit ideaal en norm volgen even onherroepelijk categorisatie en uitsluiting. Hygiëne houdt in dat onreine elementen verwijderd dienen te worden. De artistieke prestatie ligt in de manier waarop in een enkelvoudig beeld een complex wereldbeeld opgeroepen wordt. Hierin ligt naar mijn mening de verdienste van Sofie Muller.
Stef Van Bellingen
Van zodra ik op de wereld kom, ben ik een verhaal met de onberekenbaarheden, eigen aan ieder verhaal.Ik ben immers een lichaam. 'Ik' is niet iets wat zich vóór, naast of boven mijn lichaam bevindt. 'Je ne suis pas devant mon corps, je suis dans mon corps, plutôt je suis mon corps' (Maurice Merleau-Ponty, Phénoménologie de la perception).
'Ik ben in mijn lichaam', dat wil zeggen: ik woon in mijn lichaam, ik ben de eigenaar van de woonst die ik betrek. Vandaar de neiging om te zeggen: 'ik heb een lichaam', alsof ik en mijn lichaam van elkaar onderscheiden zijn en het een kwestie van bezit zou zijn.
Maar veeleer (plutôt) moet ik zeggen: 'ik ben mijn lichaam'.
Er is een tegenstelling tussen het lichaam als totaliteit dat samenvalt met wie ik onvervreemdbaar ben en het lichaam als een verzameling van onderdelen die aan hetzelfde aliënerende statuut van de dingen onderworpen is. De dichotomie 'ik ben mijn lichaam' of 'ik heb mijn lichaam' plaatst mij in zekere zin tussen autonomie en heteronomie. Het lichaam kan 'datgene' zijn: het object dat manipuleerbaar, construeerbaar en vandaag zelfs 'cybernetiseerbaar' is. Pornografisch, medisch, cosmetisch en ander 'legitiem' geweld willen ons er van overtuigen dat het lichaam thans getolereerd en dus onschadelijk is.
Maar steeds revolteert het lichaam, omdat het antwoordt 'ik ben mijn lichaam'. Mijn licham is 'diegene'. Het werkelijke lichaam heeft een potentieel dat wil uitbreken. Het lichaam is geen object, ook al wordt het meer en meer zo behandeld en verhandeld. Het is begaafd met intentie. Het heeft het vermogen zowel om te handelen als om waar te nemen. Het eigen-lichaam is mijn onmiddellijk gezichtspunt op de wereld en mijn ankerpunt in haar ruimte-tijd continuüm. Het is een intentioneel lichaam.
Onder de vorm van een synecdoche kan het ook zo voorgesteld worden: ik ben een oog en een hand. Dat wil zeggen: door het lichaam percipieer ik de wereld en bewerk ik de wereld. Zo dringt de wereld in mij binnen en dring ik in de wereld binnen. Dit wederzijds van elkaar doordrongen-zijn is het intentionele lichaam, mijn lichaam-subject.Een kind dat in de hoek staat, ondervindt dit lijfelijk. Het lichaam wordt ingesloten. Muren onttrekken hand en oog, handelen en waarnemen aan het essentiële contact met de omgeving. De wig tussen lichaam en wereld berooft het lichaam van zijn primaire mogelijkheidsvoorwaarde. Wereld en lichaam constitueren elkaar wederzijds. Hun vitale samenhorigheid is verbroken. Het 'kind in de hoek' kan als een metafoor gelden voor de wijze waarop het lichaam in de huidige cultuur ingesloten en tot een schijnlichaam gereduceerd wordt. Het intentionele lichaam maakt meer en meer plaats voor het gefingeerde lichaam.
Het werkelijke 'lichaam die ik ben' schrijft zijn verhaal in hiërogliefen van rood. Het herhaalt als het ware telkens de geste van de eerste homo pictor die in de grot van Chauvet afdaalt om er zijn negatieve handafdruk achter te laten. 'Hier ben ik geweest', met als enige restspoor een wand van graffiti waar het lichaam zijn leed en zijn vreugde, zijn pijn en zijn lust, zijn verlangen en zijn ontnuchtering tot een getuigenis stolt.
Van bij de geboorte vangt mijn verhaal niet alleen aan, het neemt reeds een zekere wending. Ik kom immers in de wereld met een biologische conditie: ik ben een mannelijk of een vrouwelijk lichaam. Het Dit 'of' in een 'en' te veranderen is een onmogelijke droom. Het lichaam is geseksueerd. Mijn verhaal is dat van alle mannen of alle vrouwen die mij voorafgingen en die hun lichaam mannelijk of vrouwelijk beleefd hebben. Ik kan niet ontkomen aan mijn onvolledigheid. Het is de rede van Aristophanes
Sofie Muller - Ik, mijn lichaam GEUKENS & DE VILin het Symposium: 'daarom zoekt ieder steeds zijn eigen andere helft'. Ik ben toegewezen aan het verlangen. Ik beleef mijn lichaam als libido, als een erogeen geheel met zijn gedifferentieerde zones. De huid, die steeds bereidwillig is om gestreeld te worden, is ook ontvankelijk voor alle kleine en grote kwetsuren. Door het lichaam ontmoet ik de anderen, ook al reikt hun aantrekking of mijn belangstelling verder dan hun fysieke lichaam.
Omdat ik mijn lichaam ben, draagt mijn levensverhaal onverbiddelijk de stempel van overgangen. Breuken in de chronologie stichten mijn biografie. Ziehier een ander verhaal. 'Toen ik een kind was, hield je mijn hand vast'. Ieder van ons kan dit (hopelijk) zeggen – maar in de verleden tijd. Het artificiële, 'zoete' geluk heeft door de tijdsdimensie een bittere smaak. Het paradijs is wat ik (altijd) dien te verlaten. De hand die langzaam maar zeker de andere hand loslaat, snijdt de lichamelijke band door. En weer moet ik op zoek gaan naar een geluk dat ik wellicht opnieuw zal moeten prijsgeven. Zo is het lichaam voortdurend in een situatie van afscheid en thuiskomst. De verleden tijd doet mij beseffen: mijn lichaam bindt mij aan de tijd. Nooit is er een weg terug. Het grote verhaal van afscheid is dat van de puberteit. Het is niet verwonderlijk dat dit liminale moment in veel culturen door rituelen bezegeld werd. Tijdens het initiatieritueel sterft de overgaande aan zijn oude positie en verblijft tijdelijk in het positieloze. Vervolgens wordt hij/zij herboren in een nieuwe maatschappelijke positie. Iedere overgang is een vorm van sterven. In deze zin is de figuur van de adolescent gekleurd door morbiditeit. Zij is de exponent van de über-gehende Mensch, de mens die de ene na de andere drempel (limen) oversteekt. De transgressie van de drempel houdt zowel het uittreden uit het vergane kader als het intreden in het nog te stichten kader in. Uittreden en intreden, in die volgorde. Zo beschrijft Shakespeare in The Seven Ages of Man de zeven drempels die iedere vrouw en iedere man (all the men and women) moet oversteken: 'They have their exits and their entrances'. Het is telkens een voorlopige dood (niet-meer deze of gene zijn), in afwachting van het definitieve 'niet-meer'. Daarom is ieder leven een verhaal en iedere mens de held van zijn epos: über Menschen, Übermenschen.
Sofie Muller's oeuvre takes shape around a complex storyline involving physicality, sex, identity and transformation. Desire or deficiency, standards and exclusion, these are the opposing and frequently recurring pairs of concepts that the outlines of her characters suggest. Many of the drawings and sculptures depict the wish to be different and better, or to put it another way, to be like everyone else – combined with the dubious promise of acceptance. Despite the painful confrontation with human shortcomings, this realisation of deficiency is the motor behind the creativity. This artist takes up the challenge of giving shape to what we have no appropriate language for. In this situation, language means form. Her craftsmanship and mastery of materials often lead to a pure aesthetics that clashes with the painful idea expressed. For this reason her work can be called un-Platonic. Neither aesthetics and ethics, nor beauty and truth coincide here, and it is precisely this that makes Muller's work so exciting. Few artists are daring enough to balance on this knife-edge. Sofie Muller tries sincerely to give shape to today's culture. As far as identity is concerned, the duality between body and mind still brings about a tension in Western thinking. Current possibilities in genetic transformation mean that the consequences of this for sex and identity have only become more complex. Despite her fascination for these developments, in essence the artist is only expressing the contradictions and confusing feelings that occur in one and the same personality. So her view of man is not unequivocal but corresponds to the actual contrasts that occur in man and society. For this reason, the interpretation of her art requires an ambiguous approach in which aesthetics and ethics are not necessarily aligned with one another. Old and familiar symbols are put into the context of a changed world, and in this way the artist generates a new iconography. The installation entitled The Closet is an intersection of several storylines and a key early work. It is a synthesis of forms and ideas from previous works and at the same time opens up new perspectives, in some cases in the direction of the new work called Über Menschen. The Closet is an intelligent pseudo-morphosis of the fountain of life, a subject that was already popular in mediaeval art. It incorporates the idea of rejuvenation, eternal youth and perfection. When one transforms the Dutch word 'levensbron' (fountain of life) into the German 'Lebensborn', it loses all its innocence. The artist is very keen on this sort of 'collapse' and it invites us to take a conscious approach to reality. 'Lebensborn' refers to the Nazi experiments under the Third Reich with the aim of breeding a superior Aryan race. Ideal and norm lead irrevocably to categorisation and exclusion. Hygiene means that unclean elements have to be eliminated. The artistic achievement lies in the way a complex world-view is evoked in a simple image. In my opinion, this is where Sofie Muller's merit lies.
As soon as I come into the world, I am a story with the incalculable elements characteristic of every story.I am after all a body. 'I' is not something that is in front of, next to or above my body. 'Je ne suis pas devant mon corps, je suis dans mon corps, plutôt je suis mon corps' (Maurice Merleau-Ponty, Phénomenologie de la perception).
'I am in my body', meaning: I inhabit my body, I am the owner of the dwelling I occupy. Which explains the tendency to say: 'I have a body', as if I and my body are distinct from each other and it was a question of possession.
But I ought rather (plutôt) to say: 'I am my body'.
There is a contrast between the body as a totality that corresponds to who I inalienably am and the body as a collection of parts that is subject to the same alienating status as things. In a certain sense, the dichotomy between 'I am my body' and 'I have my body' puts me somewhere between autonomy and heteronomy. The body can be 'that which': an object that can be manipulated, constructed and, nowadays, even 'cybernated'. Pornographic, medical, cosmetic and other 'legitimate' forms of violation want to convince us that the body is now tolerated and therefore harmless. But the body always rebels, because it answers 'I am my body'. My body is 'that who'. The actual body has a potential that wants to break out. The body is not an object, even though it is increasingly handled and trafficked as such. It is gifted with intent. It has the capacity both to act and to perceive. One's own body is the immediate point from which I view the world and my mooring in its space-time continuum. It is an intentional body. It can also be represented as follows, in the form of a synecdoche: I am an eye and a hand. This means: I perceive and work on the world through the body. In this way the world penetrates me and I penetrate the world. This mutual interpenetration is the intentional body, my body-subject. A child standing in the corner experiences it physically. The body is closed in. The walls remove the hand and eye, action and perception, from their essential contact with the surroundings. The wedge between the body and the world robs the body of the primary condition for the possibility of its existence. World and body mutually constitute each other. Their vital solidarity is severed. The 'child in the corner' can be used as a metaphor for the way, in today's culture, the body is enclosed and reduced to an apparent body. The intentional body increasingly gives way to the simulated body.The actual 'body that I am' writes its story in red hieroglyphics. It repeats, as it were, the gesture of the first homo pictor who descended into the cave at Chauvet and left the negative impression of his hand there. 'I have been here', the only remaining traces being a wall full of graffiti on which the body gives an account of its suffering and its joy, its pain and its passion, its longing and its disillusionment.
Sofie Muller – I, my body GEUKENS & DE VIL Not only does my story start at my birth, it also already takes a particular turn. After all, I come into the world with a biological condition: I am a male or a female body. Modifying this 'or' into an 'and' is an impossible dream. The body is sexed. My story is that of all men or all women who went before me and who experienced their bodies as male or female. I cannot escape my incompleteness. This is what Aristophanes says in his speech in the Symposium: 'this is why everyone is always looking for their other half'. I have been allocated to longing. I experience my body as libido, as an erogenous whole with differentiated zones. The skin, which is always ready to be caressed, is also susceptible to injuries large and small. It is through the body that I meet others, though their attraction or my interest goes further than their physical body. Because I am my body, my life story inexorably bears the mark of various transitions. My biography is founded on fault lines in the chronology. Here is another story: 'When I was a child, you held my hand'. Every one of us is able to say this (I hope) – but in the past tense. The time dimension gives a bitter taste to artificial, 'sweet' happiness. Paradise is what I (always) have to abandon. The hand that slowly but surely lets the other hand go cuts through the physical ties. And once again I have to seek out a happiness that I shall probably have to give up again. This means the body is constantly in a state of departure and homecoming. The past tense makes me realise that my body ties me to time. There is never any way back. The big farewell story is that of puberty. It is no surprise that in many cultures this liminal stage is marked by rituals. During the initiation ritual the one making the transition dies from his old position and temporarily remains positionless. He is then reborn in a new position in society. Every transition is a form of dying. In this sense, the figure of the adolescent is tinged with morbidity. It is the exponent of the über-gehende Mensch, the human who crosses one threshold (limen) after another.The crossing of the threshold implies both an exit from past surroundings and an entry into the surroundings that have yet to be established. Exit and entry, in that order. In The Seven Ages of Man Shakespeare describes the seven thresholds that every man and woman (all the men and women) have to cross: 'They have their exits and their entrances'. It is in each case a temporary death (no longer being the one or the other), in anticipation of the definitive 'no more'. This is why every life is a story and every person the hero of their epic: über Menschen, Übermenschen.